zandpoortvest 10
be 2800 mechelen
t +32 15 336 336
m (b) +32 478 811 441
m (d) +32 475 477 478

Christophe Terlinden: text & publications

 

Jaune Minimum

De kunst gaat met haar tijd mee; of beter de kunst loopt de ontwikkelingen na in een samenleving tegen de achtergronden van socio-economische omstandigheden en culturele conjunctuur-schommelingen. De tijd is de bepalende factor van hoe de kunst in haar verschijningsvorm verandert en in hete oog ervan mode wordt.
De conceptuele kunst van het einde van de jaren zestig verzette zich tegen de formele assimilatie van de  kunst aan de tijdsgeest door de kunst te beperken tot zakelijke instructies, definities en/of aanduidingen die de tijd dribbelden. De kunstenaars van toen vilden de metafoor letterlijk van het kunstwerk zodat de boodschap/zeggenschap ervan los kwam te staan van interpretaties die met de vigerende tijdsgeest van doen hadden.

De Brusselse kunstenaar Christophe Terlinden (1969) maakt al lange tijd werken die de tijd als onderwerp dragen en tegelijkertijd schragen. De kunst van Christophe Terlinden schrijft zich in een traditie waarin het werk geen invloed absorbeert van modes en van uiteindes van de manier waarop de maatschappij zichzelf telkens moet vernieuwen om economisch overeind te blijven.
In 1995 maakt Christophe Terlinden op eigen verzoek een statement door het centraal gepositioneerde uurwerk in de streng symmetrische architectuur van het Leopoldsstation in Brussel te herstellen en met goedkope middelen te restaureren als een “teken” van licht en “op tijd komen”. Het herstellen van de oorspronkelijke functie van dit uurwerk paste in een “aanvoelen” van Christophe Terlinden om het centrale punt van de architectuur opnieuw te betrekken bij het jachtige openbare leven en de architectuur opnieuw een soort grandioze armatuur te laten “zijn” voor de blik van de passant/ pendelaar die in zijn/haar rush richting “thuis” vooral oog heeft voor het exacte uur (van zijn trein).
De gele folie voor het uurwerk gaf de architectuur van het station het statuut van tijd- en lichtbaken- een beetje vergelijkbaar met een vuurtoren... die houvast geeft aan de stuurlui op zee.
De titel van deze vrij eenvoudige ingreep “jaune minimum” alludeerde toen al op de efficiënte  manier waarop Christophe Terlinden zich manoeuvreerde tussen kunst, functionaliteit & maatschappelijke dienstbaarheid.
In 1997 werd het uurwerk vernield en recupereerde Christophe Terlinden de brokstukken en stelde ze tentoon in een  winkelvitrine in de Luxemburgstraat in de buurt van het station. Het uurwerk werd tentoongesteld als koopwaar waarvan alleen nog het symbolische kapitaal overeind bleef.
Dit uurwerk wordt nu in een bij elkaar gevoegde toestand en als een vlakke vloersculptuur gepresenteerd als een artefact van een van haar plaats losgekoppeld kunstwerk. Een werk dat nu uit haar functionele omgeving onttrokken het statuut aanneemt van een minimaal teken waaraan de historiek kleeft van een speelse anarchistische daad in een wijk die te lijden heeft/had van een invasie van gebouwen van de Europese Gemeenschap zonder ziel noch kwaliteit. Het subversieve aan de omringende architectuur van het achterliggende Europese parlement is de  schaamteloze overname van de vorm van het Leopoldsstation waarin het uurwerk alle formele en andere aandacht opeiste van de drukke omgeving.

Christophe Terlinden maakte nog andere werken rond de tijd zoals het monteren van een digitaal uurwerk op de centrale plaats van de machtige gebouwen Tour & Taxis in de nabijheid van het Brusselse Noordstation. Op dé plek van Belgisch economisch kolonialisme wist Christophe Terlinden  de nakende restauratie van de prachtige gebouwen met de neus in de toekomst te duwen via de integratie van een hedendaags digitaal uurwerk. Het was meer dan een raak kunstwerk tussen de plooien van het koloniale verleden en de quasi onmacht om  op een relevante manier een “beladen” gebouw een nieuwe toekomst te gunnen.

In 2002 wist Christophe Terlinden de omgeving van Grimbergen gedurende die warme zomer met verbazing te slaan via de creatie van zijn “Treize danses pour Carillon” waar klokslag om het uur nieuwe composities van bekende componisten weerklonken vanop de beiaard in de statige abdijkerktoren van Grimbergen. De deuntjes ritmeerden als het ware de kadans van de dag...

Meer recent in 2007 wist Christophe Terlinden in IAC in het Franse Vileurbanne de aandacht te vestigen met de ingreep “Panneaux Solaires”. Ingelijste affiches met de afbeelding van zonnepanelen lagen op de vloer als een perfecte oppervlakte conform aan het glazen dak van de voormalige school. Eén functionerend zonnepaneel voedde opnieuw het bestaande uurwerk in de architectuur van het voormalige en inmiddels tot gereputeerde ruimte voor actuele kunst getransformeerd schooltje...

De kunst van Christophe Terlinden zit verankerd in de tijd en dobbert niet op haar formele grillen die de kunst steevast en exact in het perspectief terugduwt van ‘een’ verleden.

luk lambrecht, 7 april 2008

 

Francais

L’art est indissociablement lié à son époque; ou plutôt, l’art suit les développements d’une communauté dans le cadre des conditions socioéconomiques et des oscillations de la conjoncture culturelle. Le temps est le facteur déterminant qui modifie les formes que prend l’art et sous le regard duquel il devient mode.
L’art conceptuel de la fin des années soixante se rebellait contre l’assimilation formelle de l’art à l’esprit du temps en limitant l’art à des instructions, définitions et/ou indications factuelles qui faisaient l’impasse sur le temps. Les artistes de l’époque écorchaient au sens littéral du terme la métaphore de l’œuvre d’art pour que le message de celle-ci échappe aux interprétations liées à l’esprit du temps dominant.
L’artiste bruxellois Christophe Terlinden (né en 1969) réalise depuis bien longtemps des œuvres qui ont à la fois le temps pour objet et y apportent leur pierre. L’art de Christophe Terlinden s’inscrit dans une tradition qui veut que l’œuvre n’absorbe aucune influence des modes et des modalités selon lesquelles la société doit sans cesse se renouveler pour assurer sa survie économique.
En 1995, Christophe Terlinden a fait à sa demande une déclaration en réparant l’horloge occupant la place centrale de l’architecture fortement symétrique de la gare du quartier Léopold à Bruxelles et en la restaurant avec des moyens peu onéreux pour « signifier » la lumière et le fait d’être « à temps ». La restauration de la fonction initiale de cette horloge s’inscrivait dans un sentiment qu’éprouvait Christophe Terlinden qu’il était à nouveau nécessaire de redonner sens à l’élément central de l’architecture et de faire « exister » à nouveau dans la vie agitée de tous les jours une armature grandiose au regard du passant / navetteur qui dans sa hâte de rentrer chez soi n’a plus guère d’yeux que pour l’heure exacte (de son train).
Le jaune du fond de l’horloge a conféré à l’architecture de la gare le statut de balise temporelle et lumineuse, quelque peu comparable à un phare qui guide les pilotes des bateaux près des côtes.
Le titre de cette action relativement simple « jaune minimum » faisait déjà allusion à l’efficacité avec laquelle Christophe Terlinden manœuvrait entre art, fonctionnalité et préoccupation sociale.
En 1997, l’horloge a été détruite et Christophe Terlinden en a récupéré les éléments pour les exposer dans une vitrine de magasin rue du Luxembourg à proximité de la gare. L’horloge était exposée à titre de marchandise dont seul le capital symbolique survivait.
Désormais, cette horloge a été reconstituée et est présentée comme une sculpture plane, artefact d’une œuvre d’art détachée de son lieu d’origine. Une œuvre qui est désormais soustraite à son environnement fonctionnel et qui acquiert ainsi le statut de signe minimal auquel reste attaché l’historique d’un acte à la fois ludique et anarchique dans un quartier qui a souffert et souffre encore de l’invasion de bâtiments européens dépourvus d’âme et de qualité. L’élément subversif de l’architecture environnante du Parlement européen voisin est la reprise éhontée de la forme de la gare du quartier Léopold, dans laquelle l’horloge exigeait toute l’attention formelle et autre d’un environnement particulièrement dense.

Christophe Terlinden a réalisé d’autres œuvres ayant le temps pour thème, telles que le montage d’un horloge numérique au cœur des immeubles majestueux de Tour & Taxis près de la gare du Nord à Bruxelles. Sur le lieu par excellence du colonialisme économique belge, Christophe Terlinden s’est attaché à la restauration nue des superbes immeubles en regardant vers l’avenir grâce à l’intégration d’une horloge numérique contemporaine. Il s’agissait de bien plus que d’une œuvre percutante insérée dans les replis du passé colonial et dépassant la quasi-impossibilité de donner un nouvel avenir à un bâtiment doté d’une telle « charge historique ».

En 2002, Christophe Terlinden a surpris les environs de Grimbergen dans la chaleur de l’été avec sa création de « Treize danses pour Carillon », dans laquelle, à chaque fois que sonnait l’heure, des œuvres de compositeurs célèbres retentissaient à partir du carillon de la majestueuse tour de l’abbaye de Grimbergen. Les morceaux de musique donnaient en quelque sorte la cadence de la journée...

Plus récemment, en 2007, Christophe Terlinden à attiré l’attention à l’IAC de Villeurbanne, en France, par son action « Panneaux Solaires ». Des affiches encadrées représentant des panneaux solaires étaient posées sur le sol, formant une surface parfaitement conforme à la toiture de verre de l’ancienne école. Un panneau solaire unique alimentait à nouveau l’ancienne horloge dans l’architecture de la petite école devenue espace renommé de l’art contemporain.

L’art de Christophe Terlinden est ancré dans le temps et ne se laisse pas aller à des caprices formels qui repoussent l’art inéluctablement dans la perspective d’un passé « univoque ».

luk lambrecht, 7 avril 2008

 

 

met kennis van zaken
en connaissance de cause
wissentlich

12 11 > 17 12 2006

Transit organiseert voor de eerste keer een tentoonstelling met werk van Christophe Terlinden.
Voor Transit ontwikkelt hij nieuw werk dat in de galerieruimte zal te zien zijn. In de permanentie komen enkele werken uit vorige projekten en tentoonstellingen.

schnaps shots (nederlands)

Als kind werd ik geconfronteerd met wat zich afspeelde aan en rond de keukentafel bij mij thuis. Bij de geurige dampen van soep gemaakt met de verse groenten uit de moestuin zat ik zonder het zelf te weten waartoe het leidde, te tekenen en op een primaire manier te knutselen en te bricoleren. Ik herinner me nog levendig en goed hoe ik de rubberen beschermhoes van de tafel bij ons thuis gebruikte als een haast modernistisch raster waar ik de dieperliggende vierkantjes gebruikte als oriëntatie en “mal” voor tekeningetjes. Bricoleren was een manier om de tijd te doden; een werken aan iets wat niet echt met een voorbedachte intentie op gang werd getrokken. Zondermeer of zoiets.
Het was donker en diep in november, toen plots een hard bonkend geluid tegen de deur ons herinnerde dat het de tijd was van Sinterklaas - die zijn ronde aan het doen was op de gladde daken. We moesten ons in donkere deze tijd van het jaar maar even inhouden en braaf blijven om al het beloofde lekkers en speeltuig niet aan onze neus te zien voorbijgaan. We vonden de Sint met zijn rode cape en vooral met zijn gekrulde vergulde staf een imposante verschijning waarvoor we (terecht) respect dienden op te brengen.
We waren kleine kunstenaars zonder het zelf goed en wel te beseffen en maakten van alles om onze verbeelding in te halen; we werden als het ware overgeleverd aan schnapps-ideeën waarmee wordt bedoeld dat je op een dronken en nevelig moment echt niet meer weet of de dansante gedachten in jouw hoofd positief of negatief zijn. Dat gebeurt pas de “morning after”. Het leven borrelde en deinde verder op de monotone handelingen van bijvoorbeeld het “cirkeltjes” tekenen op een stukje papier en later gebeurde dat wel eens vaker op een bierviltje.
Met enige kennis van zaken stel je deze flux van creativiteit als een klein universum, dat bestaat uit kleine dingetjes tentoon die de tijd weer openen, terugplooien en de bedenking doen sudderen omtrent de vraag wat kunst kan zijn en wat kunst niet is als het niet als kunst wordt bedacht en uitgevoerd. De “witte ruimte” van een galerie kan je dan gebruiken als een optelsom van witte muren, als dragers voor datgene wat je maakt. Ook multimedia is vandaag een handig inzetbaar middel geworden - ik wil het super precies en eenvoudig houden, net zoals het gewone leven zich ook op een vloeiende manier aandient als een meanderend aanstomen van omstandigheden die zich voordoen zonder dat de rechte lijn wordt aangehouden. Een pakketboot strandt op het strand van Oostende, de belettering is verdwenen tot de schamele letters “ink”. Alleen inkt blijft over aan de schamele oppervlakte van de herinnering... en wordt een beeld.

k.l.

click here for images of the exhibition

schnaps shots (français)

Une bonne partie de mon enfance s’est déroulée à la table de cuisine ou autour d’elle.
Entouré des arômes du potage frais que ma mère préparait avec les légumes du potager, je dessinais et je bricolais, d’une façon tout à fait primaire et sans bien savoir où cela me conduisait. Je me souviens en particulier de la nappe en caoutchouc qui protégeait la table et dont la surface présentait un quadrillage quasi moderniste : ses carrés enfoncés me servaient de pochoir qui inspirait et orientait mes dessins. Bricoler était une façon de tuer le temps : je travaillais à quelque chose qui ne répondait à aucune intention préalable. C’était vraiment une occupation « sans plus ».

Il faisait noir, novembre était déjà bien avancé. Soudain, des coups tambourinaient sur la porte ! Et à l’instant, ravis, nous comprenions, savourant la délicieuse découverte : c’était saint Nicolas qui, comme chaque année vers cette période, faisait le tour des maisons et rôdait sur les toits glissants ! Il fallait, à cette époque de l’année, être plus sages que d’habitude et retenir notre jeune fougue pour ne pas rater les friandises et les jouets dont le Saint nous apportait la promesse. Avec sa majestueuse robe rouge, et surtout avec sa crosse dorée dont l’extrémité se recourbait en volute, saint Nicolas nous impressionnait et nous imposait un juste respect. A l’insu de nous-mêmes, nous étions de petits artistes : notre imagination courait au-devant de nous, et nous mettions toutes sortes de choses en place pour la rattraper. Nous étions livrés à des idées-schnaps – vous savez, de ces idées qui, quand vous avez bu, ou quand vous êtes, comme on dit, « dans les vapes », dansent et voltigent dans votre tête, sans que vous puissiez dire encore le moins du monde, si elles sont positives ou négatives : le discernement ne vient que le lendemain. La vie jaillissait et coulait : les petits cercles que je dessinais, geste monotone, sur un bout de papier – et plus tard sur un carton de bière – en imitaient le rythme toujours changeant et toujours le même.

On finit par devenir un peu connaisseur de la chose, et, en tant que tel, par exposer ce flux créateur sous la forme d’un petit univers, composé de petits riens qui rouvrent et replient le temps passé, et qui font mijoter dans l’esprit des questions telles que : « Qu’est-ce qui peut être de l’art, et qu’est-ce qui n’est pas de l’art, quand cela n’est ni pensé ni réalisé comme tel ? » On peut alors mettre à profit l’ « espace blanc » d’une galerie, et utiliser cette somme de murs blancs comme supports pour ce que l’on fait. Le multimédia aussi est devenu de nos jours un instrument intéressant. J’aspire à une précision et à une simplicité extrêmes, tout comme la vie réelle se présente à nous comme un flux : ses circonstances nous arrivent par méandres, elles nous « affluent » sans respect de la ligne droite. Un paquebot échoue sur la plage d’Ostende, son lettrage a disparu et seules restent lisibles les lettres « ink ». Sur l’humble surface du souvenir, il ne reste que de l’encre – et elle devient image.

k.l.

traduction française par Machteld Castelein

click here for images of the exhibition

 


Website M HKA, Antwerpen:


Het oeuvre van Christophe Terlinden is ontzettend gevarieerd. Hij maakt foto’s, video’s, cartoons, geluidsinstallaties, grafiek, doet ingrepen in bestaande architectuur. Hij kaart onverwacht simpele oplossingen aan voor [schijnbaar] complexe situaties en duidt daarmee op de essentie van een problematiek. Christophe Terlinden kiest hierbij niet voor een bepaald medium. Hij observeert zijn omgeving en grijpt in met simpele maar doeltreffende acties. Hij speelt met de dingen die er al zijn, maar herijkt ze. Zo ontwerpt hij bijvoorbeeld een nieuwe vlag voor Europa, waarin de sterren vervangen worden door een cirkel, recupereert hij zijn parlofoon en maakt er een geluidshappening mee, bouwt een container om tot een [tijdelijk] cultureel centrum of ontwerpt hij een akoestische kunstgalerij op een antwoordapparaat die je kan beluisteren via een gratis telefoonnummer. Met minimale input bereikt hij maximaal effect.
De kunstenaar startte een “onderneming met constructief karakter” op onder de naam Techtur. De slogan van deze onderneming is: “geen kunst en geen tralala”. Techtur is een afgeleide van architectuur “maar dan gemutileerd, in tweeën gedeeld, wat mij toelaat om alles te doen wat zogezegd geen kunst is. Affiches, platenhoezen, houten kisten of banken. De limiet is vrij dun natuurlijk.”
Christophe Terlinden richttte ook een uitgeverij op, zelf spreekt hij van een “creatieruimte”, onder de naam Small Noise. Binnen deze context werkt hij samen met andere kunstenaars rond het idee van ‘drukwerk’ in alle mogelijke richtingen. Small Noise is ook de naam van een gratis downloadbaar schrift, ontwikkeld op basis van zijn handschrift. Auteursrechten komen hier niet aan te pas.